De procespuntenparade
Hoe de topadvocatuur zich met een zelfgecreëerde schaarste markttechnisch profileert, van de verdiensten van de rechtsbijstand profiteert en de sociale advocatuur parasiteert.
In Nederland starten elk jaar ongeveer 1.100 net afgestudeerden meesters in de rechten aan de opleiding tot advocaat. Bij het behalen van die opleiding moeten de advocaten in spe door diverse hoepels springen. Een belangrijke hoepel is het opdoen van voldoende ervaring met procederen. De proceservaring wordt meetbaar gemaakt aan de hand van procespunten.[1] De maatstaf, procespunten, is erop gericht dat advocaten procesvaardigheden ontwikkelen binnen verschillende rechtsgebieden – zowel schriftelijk (dagvaarden) als mondeling (pleiten).[2] Het is merkwaardig hoe een groot deel van de advocaten in opleiding[3] aan hun procespunten komt. Grote advocatenkantoren zenden hun verse advocaten op procespuntenavontuur naar de buren van een sociaal advocatenkantoor. Dat fenomeen noem ik ‘de procespuntenparade’. Dat klinkt overigens een stuk filantropischer dan het in werkelijkheid is.
De meeste advocaten in opleiding halen hun procespunten door werk te verrichten voor rechtszaken van hun eigen kantoor. Ze schrijven processtukken en doen rechtszittingen voor de zaken van hun eigen kantoor. De startende advocaten krijgen het vertrouwen van hun collega’s binnen kantoor dat zij de zaken – al dan niet zelfstandig – kunnen draaien. Bij een tekort aan geschikte zaken voor jonge advocaten, worden zij voor het behalen van procespunten doorverwezen naar een andere afdeling binnen hun kantoor. Zo wordt het dreigend tekort aan procespunten intern opgelost. Tot dusver geen procespuntenschaarste.
De procespuntenschaarste
De schaarste begint (en eindigt) bij de grootmagnaten onder de legal firms. De advocaten uit de ivoren torens van de Zuidas laten hun nieuwste aanwas op rechtszittingen liever niet de pleitnota’s voordragen. Daar betaalt de cliënt nét wat te veel geld voor. Ook is de zaak vaak nét wat te kritiek – het gaat met grote regelmaat om vele miljoenen euro’s of dollars. Helaas kunnen geen procespunten worden verdiend voor het maken van aantekeningen of anderszins assisteren van de advocaten-delegatie achter in de rechtbank. Bij de grootmagnaat is procespuntenschaarste ontstaan, ingegeven door een gebrek aan vertrouwen in de eigen pupillen. De nieuwe advocaten moeten op andere wijze hun procespunten zien binnen te harken.
De schaarste zet door doordat juist de rechtsgebieden waarop de commerciële kantoren experts zijn, nauwelijks zaken voor de rechter brengen. Advocaten met dergelijke specialisaties, veelal fiscalisten die gekscherend bureaujuristen worden genoemd, hoeven (bijna) nooit in de rechtbank te verschijnen. De opmars van bureaujuristen verdringt de togapraktijk en veroorzaakt procespuntenschaarste. Voor de kersverse advocaten die op de bureauafdelingen werkzaam zijn, is halen van hun procespunten daardoor evenmin inhouse bij hun kantoor geregeld.
En zo werd bij grote commerciële kantoren uit een zelfgecreëerde schaarste uit procespunten de procespuntenparade geboren. Diverse verzinsels en creaties van deze optocht moeten ertoe leiden dat de zorgvuldig geselecteerde nieuwe advocaten zo snel en zo efficiënt mogelijk de felbegeerde ‘schaarse’ procespunten halen: de procespuntenknallers.
Procespuntenknallers
Bij de Brauw Blackstone Westbroek, sinds jaar en dag het grootste en meest prestigieuze advocatenkantoor van Nederland, halen de advocaten in opleiding meteen in het eerste half jaar al hun procespunten. De frisse advocaten volgen gezamenlijk een half jaar het speciaal daarvoor opgerichte programma van de Brauwerij, waarin zij onder meer optreden in pro deo-zaken en rechtsbijstandszaken van allerlei innovatieve en maatschappelijk impactvolle startups.[4] Dat klinkt heel mooi - en in de basis is het dat ook, maar het blijft een masker voor het eigenlijke doel van het programma: dat beginnend advocaten zo snel mogelijk hun procespunten binnenslepen.[5]
Bij andere advocatenkantoren, zoals AKD en Houthoff, maar ook Stibbe en Van Doorne, worden beginnend advocaten voor een afgebakende periode gedetacheerd naar een sociaal advocatenkantoor om aldaar proceservaring op te doen.[6] Een ideaal procespuntenklimaat – juist dankzij het sociale karakter:
(i) In de typische sociale rechtsgebieden, strafrecht, huurrecht en familie- en jeugdrecht, komt procederen relatief vaak voor;
(ii) In de gesubsidieerde rechtsbijstand is geen geld voor een advocatenstrijd en wordt relatief snel en vaak om het oordeel van de rechter gevraagd;
(iii) De sociale kantoren lopen over van het werk doordat het aantal advocaten in de sociale advocatuur sterk terugloopt en het aantal vergoede uren per zaak in het huidig subsidiesysteem ver ondermaats is.[7]
Procespunten profilering
Het verbaast dan ook niet dat menig commercieel advocatenkantoor een dealtje heeft gesloten met een sociaal advocatenkantoor dat omkomt in het werk. Het liefst sleept de grootmacht een package-deal binnen: X aantal jonge commercieel advocaten mogen sociaal advocaat spelen voor Y weken en slepen gedurende die tijd een Z aantal procespunten in de wacht. Logischerwijs hangt er voor het commerciële topkantoor een prijskaartje van zo’n € 2.000 per pupil per maand aan deze uitwisseling.[8]
Het Houthoff litigation opleidingsprogramma, dat speciaal is ontworpen om binnen een korte periode procespunten te halen, bevestigt deze gang van zaken. De website wijst de schaarste van procespunten aan als de drijfveer achter de samenwerkingen met sociale kantoren:
“Binnen de grote internationale kantoren werk je vooral aan omvangrijke zaken met grote belangen en in teams. Daarmee is het lastig om je procespunten te halen voor de opleiding. Daarom heeft Houthoff als belangrijk onderdeel voor het opdoen van proceservaring een samenwerking met een aantal kantoren in de sociale advocatuur. Daar word je voor een periode van ten minste één maand gedetacheerd en werk je in die periode volledig mee in de procespraktijk van het detacheringskantoor. Je behandelt zelfstandig zaken onder de begeleiding van ervaren advocaten en voert het woord op de zittingen. Onze ervaring is dat je over het algemeen al je procespunten in die maand haalt.”[9]
De marketingafdelingen van de kantoren weten het detachement voor advocaat-stagiair bij het sociaal advocaatkantoor zowel intern als extern goed te verkopen. De tijdelijke overplaatsing belooft voor zowel Zuidas-kantoor, sociaal kantoor als de junior-advocaat in kwestie filantropisch, maatschappelijk verantwoord en leerzaam te zijn. Tegelijkertijd kunnen de advocaten hun opleidingspunten binnenslepen. Een win-winsituatie.[10] De topadvocatuur weet zich met zijn paradepaardje te profileren.
Toch wringt het juíst bij die veelgebruikte term ‘win-winsituatie’. Een win-winsituatie impliceert dat er aan twee kanten gewonnen wordt. Wat wint de sociale advocatuur eigenlijk met dit systeem – los van de te magere vergoeding? Nog opvallender is het dat alleen de commerciële zijde van de advocatuur zich publiekelijk uitlaat over de procespuntenparade. Alle lovende woorden komen van dezelfde kant. Is de procespuntenrelatie tussen sociaal en commercie misschien toch niet zo symbiotisch als wordt voorgehouden in de juridische vakbladen?
De keerzijde van de procespuntenparade blijft totaal onbesproken. Het is de hoogste tijd om de onzichtbare consequenties van de detachering omwille van procespuntenschaarste transparant te maken. In een realistische duiding van de daadwerkelijke situatie rondom procespuntendetachementen, zal dit artikel de term win-winsituatie inwisselen voor parasitaire relatie.
Procespuntfixing
Het beloofde altruïsme van de commerciële advocaten aan hun sociale collega’s is een filantropische illusie. In de sociale advocatuur is het bijstaan van kwetsbare cliënten aan de orde van de dag: van uithuisplaatsingen van minderjarigen tot ontslag op staande voet van een werknemer en zittingen over verlening van zorgmachtigingen aan psychisch kwetsbaren. Tijdens het detachement van de kersverse advocaten worden aan de lopende band procespunten over de rug van zeer kwetsbare cliënten verdiend. De belangen van cliënt worden niet om niet (gratis, zomaar) behartigd; er staan procespunten tegenover - met geld als katalysator.[11]
Daar komt nog bij dat door die drijvende kracht van geld en opleidingsformaliteiten bewust wordt gekozen voor de inzet van onervaren advocaten. En dat gebeurt in de moreel gevoelige zaken die de dagelijkse praktijk van sociale kantoren rijk is. Cliënten met rechtsbijstandsverzekering hebben überhaupt geen advocaatkeuze – zij krijgen per definitie een random advocaat toegewezen. De procespuntenparade faciliteert dat de cliënten bewust (niet random) en met voorrang een jonge onervaren advocaat - en geen gespecialiseerd advocaat - krijgen, zodat de onervaren advocaten hun procespunten binnen hengelen. Dat komt de kwaliteit van de rechtsbijstand zeker niet ten goede. Niet de vakbekwaamheid van de advocaat, maar het gebrek aan procespunten bepaalt wie de zitting zal doen. Dat is paradoxaal en ethisch onuitlegbaar. Dat geldt te meer nu er geld mee gemoeid is. Hoe leg je de persoon met de rechtszaak van diens leven uit dat een onervarener advocaat haar zal bijstaan, omdat daarvoor betaald is? Het lijkt wel matchfixing: betalen voor een slechte(re) uitkomst. Ik noem het procespuntfixing.
Profiteren kan je leren
Tot zover kan de keerzijde van de parade door critici nog als moralistisch gedachtegoed worden weggezet. Vanaf hier wordt duidelijk dat de parade, opgericht door juristen, lak heeft aan wetsgrenzen. De bewuste onervarenheid van de advocaat als resultaat van procespuntfixing zet twee wettelijke kernwaarden, deskundigheid en integriteit, uit artikel 10a van de Advocatenwet stevig onder druk.
Procespuntfixing stimuleert ten eerste onervarenheid, zodat als ongewenst bijeffect deskundigheid bij een zaak lager op de afwegingsladder komt. Zo werpt de parade onervaren advocaten voor complexe zaken over gedwongen zorg, terwijl zij daar lang niet altijd klaar voor zijn.[12] Ondanks de ingebouwde controlemechanismen om de advocaat in opleiding te ondersteunen, zoals begeleiding, gaat dat een keer mis. Wie draagt de consequenties als het optreden door een onervaren advocaat misgaat?[13]
Aan het eind van de dag zijn het de sociale kantoren die zich buiten de lijnen van de wet zien kleuren. Wanneer de consequenties van bewust verkozen ondeskundigheid van gedetacheerde advocaten in niemandsland in niemands dreigen te belanden, schuiven de verantwoordelijkheden als vanzelf naar het sociale kantoor.
Tabel 1. Afschuiven consequenties van procespuntfixing op sociale advocatuur [14], [15], [16]
Ten tweede zet procespuntenfixing door preferentie van procespunten een integere belangenafweging door advocaten op scherp – zowel in afzonderlijke zaken als binnen de beroepsgroep van advocaten. Integer betekent dat cliënten erop kunnen vertrouwen dat de advocaat hun belang behartigt.[17] Wanneer moet het eigen scholingsbelang wijken voor het cliëntbelang? In hoeverre is gedeeltelijke ondeskundigheid van een advocaat in opleiding uitlegbaar, juist omdat hij nog opleidingspunten moet halen? De procespuntenparade brengt met die zelfgecreëerde dilemma’s ook de kernwaarde integriteit aan het wankelen.
Tot slot slaat het neer op de gedeelde deskundigheid van het gehele opleidingscohort dat een deel van de advocaten in opleiding met bewuste onervarenheid deze punten verwerft nu iedere advocaat zijn procesdeskundigheid moet aantonen via het procespuntenvereiste.[18] Daarbij komt het de leercurve van de advocaat niet per se ten goede wanneer hij al zijn proceservaring binnen enkele maanden van een driejarige opleiding opdoet bij een ander kantoor – zo vindt ook de toezichthouder van de beroepsgroep zelf.[19] Wellicht dat het negatieve imago rondom dit opleidingsaspect de Amsterdamse topkantoren heeft aangespoord een (deels) parallelle beroepsopleiding te starten om te compenseren voor hun kernwaarde ondermijnende procespuntensysteem.
Ondeskundig of niet integer – de procespuntenparade bedreigt de kernwaarden van de advocatuur.
Parasitaire relatie
De procespuntenparade heeft niet enkel juridisch effect. Tussen sociaal en commercie ontstaat een speelveld van vraag en aanbod dat uitmondt in een financieel vacuüm voor de sociale kantoren (zie figuur 1. De katalysator in dit geheel is de toegenomen werkdruk (uurtjes) tegen een lagere vergoeding (factuurtjes) in de sociale advocatuur. De commerciële advocatuur speelt daar slim op in door werkkrachten vergezeld van een vergoeding aan te bieden.
Het aanbod van onervaren krachten voor minder dan een half maandsalaris van een beginnend Zuidas-advocaat van de commerciële kantoren valt in het niets bij de tegenprestatie van procespunten, begeleiding en werkervaring die sociale kantoren daar tegenover zetten (zie figuur 1). De commercie krijgt de hoofdprijs – felbegeerde procespunten. De sociale advocatuur krijgt de troostprijs – onervaren advocaten.
Ondanks de schrale deal raken sociale kantoren vroeg of laat afhankelijk van de procespuntenparade van de commerciële advocatuur om hun uurtjes en factuurtjes rond te krijgen: een financieel vacuüm (zie figuur 1). De relatie tussen de twee uitersten van de advocatuur raakt uit balans, tot ze zelfs parasitair wordt. De commercie profiteert volledig van sociaal, terwijl sociaal door afhankelijkheid niet anders kan dan een gastheer zijn voor de pupillen van de commercie. Die onevenwichtigheid tussen de beide flanken pleit ervoor dat de procespuntenparade slechts een doekje voor het bloeden is voor het tekort aan personeel en middelen in de sociale advocatuur – en geen structurele oplossing, zoals diverse kabinetten opperden.
Figuur 1. Afhankelijkheid sociale advocatuur van commerciële advocatuur.
Persisterende procespuntenschaarste
Zolang de advocaten blijven paraderen van commercie naar sociaal, zolang blijft de procespuntenschaarste van de eerste tak in stand. Met een beetje van Claude, en een beetje van mij, laat onderstaand blokkenschema zien wat de procespuntenparade zoal teweegbrengt (zie figuur 2). Het toont hoe de topadvocatuur zich met een zelfgecreëerde schaarste markttechnisch profileert, van de verdiensten van de rechtsbijstand profiteert en de sociale advocatuur parasiteert.
Figuur 2. Stroomschema procespuntenparade
Door de parade verschuift de Zuidas haar probleem out house naar de buurman – met procespuntenfixing, juridische normoverschrijding en een financieel vacuüm voor de sociale advocatuur als gevolg. De in house parade, zoals de meeste niet-Amsterdam advocatenkantoren hanteren, lijkt een prima alternatief. Waarom doet de Amsterdamse commerciële topadvocatuur geen poging om de procespunten zelf, dat wil zeggen in house, te organiseren?
Los van alle commerciële belangen die sturend voor de beslissingen in de ivoren torens zullen zijn, speelt hier nog iets anders. De procespuntenparade voorziet in de behoefte van procespunten, verzorgt pr-stunts, is relatief betaalbaar[20] en houdt de procespuntenschaarste in stand. Die persisterende procespuntenschaarste geeft de topadvocatuur geen enkele prikkel om de inrichting van de procespuntenparade te veranderen of zelfs een heel nieuw systeem te ontwikkelen (zie figuur 1 en 2).
Toch daag ik de commerciële advocatuur uit om de procespuntenparade anders te regelen – zonder te profiteren van de kennis en kunde van de sociale buurman en zich te profileren als maatschappelijk-filantropische altruïst.
Afscheid van het paradepubliek
Hoe nemen we afscheid van het paradepubliek? De toezichthouder van de advocatuur, de Nederlandse Orde van Advocaten, kan het publiek voor zich winnen. Zij kan middels regulatie afdwingen dat detachering met als voornaamste doel procespunten binnen hengelen verboden wordt. Nu de Orde al geen groot voorstander is van de procespuntendetachering, is deze afslag goed denkbaar.[21]
Wordt het na het afschaffen van de procespuntenparade direct beter voor de sociale advocatenkantoren? Niet echt. Voor de sociale kantoren zal het zonder bijval van de procespuntenparade even slikken zijn. Zij zien hun centjes en extra arbeidskrachten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Helaas is de huidige procespuntenparade slechts een doekje voor het bloeden – gelet op alle problemen waar de sociale advocatuur mee kampt (ook al denkt de politiek daar soms anders over. Enkel constructieve samenwerking over de gehele breedte van de advocatuur kan duurzame en werkbare oplossingen vinden voor rechtsbijstand voor alle burgers.[22]
Toch zijn er voordelen van de paradestop voor de sociale advocatuur. Onder het sociale dak vindt geen overtreding van de kernwaarden binnen de advocatuur meer plaats door een deal die over procespunten in plaats van de inhoud van een zaak gaat. Ook verdwijnt het risico voor een sociaal kantoor om (financieel) afhankelijk te worden van de grootmagnaat.
De grootste winst voor het afschaffen van de parade is voor de (potentiële) cliënt met rechtsbijstand. De cliënt wordt vanaf nu vertegenwoordigd door iemand met voldoende deskundigheid die heeft gekozen om in hun sociale zaak partijdig op te treden, zonder dat geldstromen een andere richting bepalen.
Paraderanglijst
Resumerend: gedreven door een schaarste aan procespunten hebben de commerciële advocatenkantoren originele manieren verzonnen om hun pupillen toch van voldoende procespunten te halen – de procespuntenparade. Geregeld gaan commerciële advocaten in spe voor korte tijd naar sociale kantoren om een steentje bij te dragen (oh ja, en in één klap al hun procespunten te halen). Deze ogenschijnlijk filantropisch uitgestoken hand van commerciële advocatuur naar de sociale advocatuur is allesbehalve altruïstisch. Over de rug van kwetsbare cliënten wordt een procespuntengarantie afgedwongen, met geld als katalysator. De sociale kantoren zien zichzelf buiten de lijnen van de wet kleuren om het kroost van de commercie van voldoende opleidingspunten te voorzien. De cliënt krijgt een onervaren advocaat door procespuntenfixing. De advocaat in opleiding haalt al zijn opleidingspunten. De grootmagnaat leunt achterover.
Voor de parade is geen quick fix. Het financiële vacuüm tussen de twee advocatuurlijke takken moet worden doorbroken. En een in house parade zonder paradepubliek is nodig voor een systeemverandering. Laat kantoren zelf een (altruïstisch) systeem ontwikkelen dat voorziet in voldoende procespunten voor hun pupillen – met de toezichthouder van de advocaten beroepsgroep als stok achter de deur. Een paraderanglijst, waarop advocatenkantoren gerangschikt worden naar de kwaliteit van hun procespuntenparade, zou een mooie prikkel kunnen zijn. Dat is nog eens iets anders dan de salarisranglijst van de advocatenkantoren die jaarlijks wordt gepubliceerd.[23]
[1] Elke advocaat moet voor het behalen van opleiding bovendien zowel schriftelijke als mondelinge procespunten halen. Voor (een bijdrage aan) een processtuk, zoals een dagvaarding, staat een x aantal procespunten. Ook pleiten tijdens een mondelinge behandeling wordt beloond met procespunten.
[2] Artikel 3.9 Verordening op de Advocatuur.
[3] De term die in de branche wordt gebruikt is advocaat-stagiair, maar ik geef de voorkeur aan een term die meer recht doet aan het werk dat de nieuwe advocaten verzetten.
[4] ‘The Brauwerij Programme’, debrauw.com, geraadpleegd op 2 september 2025.
[5] Het idee is dat tijdens de opleiding een beginnend advocaat het vak ingroeit en daarbij vaardigheden ontwikkelt die in de praktijk en het proces kunnen worden ingezet; Dat vindt de wetgever ook, zie toelichting bij artikel 7 Beleidsregel detachement van 3 november 2014, Algemene Raad Nederlandse Orde van Advocaten: “Het beste voor de opleiding en stage is als een stagiaire niet wordt gedetacheerd en er continuïteit is ten aanzien van zijn werkzaamheden. In de praktijk kan het echter wenselijk zijn dat een stagiaire toch wordt gedetacheerd.”
[6] Stagiair als brug over de kloof’, advocatenblad.nl, geraadpleegd op 13 februari 2025; ‘Ontwikkeling’, werkenbij.houthoff.com, geraadpleegd op 18 december 2025; ‘Advocaat-stagiair’ corporate M&A’, careers.akd.eu, geraadpleegd op 18 december 2025;
[7] Raad voor de rechtsbijstand, ‘Dashboard Aanbod’, raadvoorderechtsbijstand.org, geraadpleegd 12 februari 2026; Rechtsbijstandverleners krijgen voor elke zaak een vastgesteld bedrag dat het aantal uren werk voor dat type zaak zou moeten representeren. In de praktijk zijn advocaten langer bezig met de zaak dan het aantal vergoede uren, zodat de vergoeding ver ondermaats is en de hoeveelheid werk nog verder oploopt. De vergoeding van zaken die voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komen, is geregeld in het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. De financiering van een zaak of verrichting vindt plaats aan de hand van een puntensysteem. Niet alleen de vergoeding per punt, maar ook het aantal punten per verrichting is de laatste jaren verlaagd. Zie: E. Seller, 19.2.3 ‘De toevoegingsvergoeding’, in: P.T.C. van Kampen & N. van der Laan (red.), Handboek Verdediging, Deventer: Wolters Kluwer 2021, en: Besluit van 4 december 2025, Stb. 2025, 415.
[8] ‘Zuidas-stagiaire in de sociale advocatuur,’ amsterdamsebaliebulletin.nl, geraadpleegd op 13 februari 2025; ‘Stagiair als brug over de kloof’, advocatenblad.nl, geraadpleegd op 13 februari 2025; Deductie en informatie van ingezetenen laat geen ruimte voor een andere uitleg dan dat er (flink) geld betaald wordt door de commerciële tak aan de sociale tak. Het gaat om het afkopen van een garantie – de garantie van procespunten.
[9] ‘Opleiding Litigation’, werkenbij.houthoff.com, geraadpleegd op 18 december 2025.
[10] ‘Samenwerking sociaal en commercieel: goed voor advocaat en rechtzoekende’, mr-online.nl, geraadpleegd op 13 februari 2025; ‘Stagiair als brug over de kloof’, advocatenblad.nl, geraadpleegd op 13 februari 2025; Opleiding Litigation’, werkenbij.houthoff.com, geraadpleegd op 13 februari 2025.
[11] ‘Zuidas-stagiaire in de sociale advocatuur,’ amsterdamsebaliebulletin.nl, geraadpleegd op 13 februari 2025; ‘Stagiair als brug over de kloof’, advocatenblad.nl, geraadpleegd op 13 februari 2025; zie verder nummer 10.
[12] Er zal vast een handjevol jonge advocaten zijn die wel voldoende deskundig zijn om hun cliënt bij te kunnen staan.
[13] Het voert te ver om in dit stuk het tuchtrecht uitvoerig te bespreken, vooral nu er in de rechtspraak geen relevante antecedenten zijn van gedetacheerde advocaat-stagiairs die voor de tuchtrechter moeten verschijnen.
[14] RvD Amsterdam 4 augustus 2015, ECLI:NL:TADRAMS:2015:190,
r.o. 5.3; RvD Arnhem-Leeuwarden 11 mei 2015, ECLI:NL:TADRARL:2015: 137, r.o. 6.1.
[15] Het voert te ver om in dit stuk het tuchtrecht uitvoerig te bespreken, vooral nu er in de rechtspraak geen relevante antecedenten zijn van gedetacheerde advocaat-stagiairs die voor de tuchtrechter moeten verschijnen.
[16] Idem.
[17] De advocaat, Integriteit’, advocatenorde.nl, geraadpleegd 18 december 2025.
[18] J.E. Soeharno, ‘Kernwaarden: nuttig of nonsens?, RMThemis 2014-1, p. 6.
[19] Zie toelichting bij artikel 7 Beleidsregel detachement van 3 november 2014, Algemene Raad Nederlandse Orde van Advocaten: “Het beste voor de opleiding en stage is als een stagiaire niet wordt gedetacheerd en er continuïteit is ten aanzien van zijn werkzaamheden. In de praktijk kan het echter wenselijk zijn dat een stagiaire toch wordt gedetacheerd.”
[20] Een simpel rekensommetje laat zien dat het detacheren van advocaten in opleiding drieënhalve ton per jaar kost. Wanneer een advocatenkantoor jaarlijks 30 advocaten in dienst neemt, moet voor al die pupillen de procespuntenparade betaald worden. De commercie betaalt een vergoeding van ca. 2.000 euro per maand per advocaat in opleiding aan de sociale kantoren. Het salaris van de advocaten in opleiding moet – ondanks detachering – gewoon worden doorbetaald. Uitgaande van een gemiddeld salaris van een tweedejaars advocaat in opleiding op de Zuidas anno 2026 van 4.000 euro, komen de jaarlijkse kosten voor de procespuntenparade neer op ruim drieënhalve ton. Dat komt nog bovenop de ‘gewone’ opleidingskosten van de pupillen. Drieënhalve ton zal voor een ‘gemiddeld’ Zuidas-kantoor onvoldoende zijn andere keuzes te maken.
[21] Zie toelichting bij artikel 7 Beleidsregel detachement van 3 november 2014, Algemene Raad Nederlandse Orde van Advocaten: “Het beste voor de opleiding en stage is als een stagiaire niet wordt gedetacheerd en er continuïteit is ten aanzien van zijn werkzaamheden. In de praktijk kan het echter wenselijk zijn dat een stagiaire toch wordt gedetacheerd.”
[21] Stagiair als brug over de kloof’, advocatenblad.nl, geraadpleegd op 13 februari 2025
[22] ‘Aantal sociaal advocaten voor toeslagen-en uitkeringszaken gehalveerd’, platform-investico.nl, geraadpleegd 13 februari 2026; M. Rietbergen & I. Brouwer, ‘Stagiairs niet de oplossing’, Advocatenblad 2021/4.
[23] Jaarlijks gepubliceerd op de website advocatie.nl.






